Vastgoedbeheer software Kennisbank | Proqerty

Belastingaangifte voor verhuurders 2027: administratie vóór 1 maart op orde

Geschreven door Sarah Yacoub | Jun 11, 2026 9:30:00 AM

 

De aangifte inkomstenbelasting over 2027 wordt ingediend vanaf 1 maart 2028 — een datum waarop een goed jaar administratie zich uitbetaalt of een rommelig jaar zich wreekt. Door de tegenbewijsregeling in box 3 mogen verhuurders kiezen tussen het forfaitaire rendement en het werkelijk rendement. Welke methode het voordeligst is, hangt af van data die je het hele jaar door verzameld moet hebben. Goede huuradministratie software maakt het verschil tussen reconstructie in februari en een aangifte die in een uur klopt.

Waarom 2027 administratief zwaarder is dan eerdere jaren

Verhuurd vastgoed valt in box 3 als 'overige bezittingen', met een forfaitair rendement van 6,37% voor 2027 en een belastingtarief van 36%. Sinds de uitspraken van de Hoge Raad mag een verhuurder via de Opgaaf Werkelijk Rendement aantonen dat het werkelijke rendement lager is dan het forfait — en in dat geval over de lagere uitkomst belasting betalen. Voor 2027 is dit het laatste jaar binnen de huidige overbruggingsregeling; vanaf 2028 gaat een nieuw stelsel in op basis van werkelijk rendement. Wie 2027 goed wil afsluiten, heeft de cijfers nodig om de keuze te onderbouwen.

Welke gegevens je het hele jaar door bijhoudt

Een aangifte op basis van werkelijk rendement vraagt om vier datapunten per pand. Wie deze het hele jaar door registreert in huuradministratie software, hoeft in maart geen archief uit te kammen.

1. Huurinkomsten per pand op kasbasis
Voor 2027 geldt nog het kasstelsel: een huurbedrag telt mee in het jaar waarin het is ontvangen. Een huur over december 2027 die op 3 januari 2028 binnenkomt, valt fiscaal in 2028. Alleen wie ontvangstdata vastlegt, kan dit correct opgeven.

2. WOZ-waarden per pand op 1 januari
De peildatum is 1 januari van het belastingjaar. Voor de aangifte 2027 gebruik je de WOZ-waarden zoals vastgesteld op 1 januari 2027. Bij de Opgaaf Werkelijk Rendement telt ook de waardestijging mee: de WOZ-waarde aan het eind van het jaar minus die aan het begin. Beide waarden moeten dus per pand vastliggen.

3. Betaalde rente over leningen voor de panden
Bij het werkelijk rendement is rente op schulden die aan box 3-bezittingen zijn gekoppeld in beginsel aftrekbaar van het rendement. Wie de rente per pand registreert, kan deze koppeling onderbouwen.

4. Onderhoudskosten per pand
Onderhoudskosten zijn bij het werkelijk rendement in beginsel niet aftrekbaar. Toch is het verstandig ze per pand bij te houden: voor cashflow-inzicht en voor het geval het stelsel verandert. Goede huuradministratie software ordent deze kosten automatisch wanneer facturen aan een pand gekoppeld worden.

Het verschil tussen forfaitair en werkelijk rendement in de praktijk

Een rekenvoorbeeld maakt de keuze tastbaar. Stel: een pand met WOZ-waarde € 300.000, jaarinkomsten huur € 14.400, en een WOZ-waarde aan het einde van het jaar van € 305.000. Forfaitair rendement zou ongeveer € 19.110 zijn (6,37% van WOZ). Werkelijk rendement bestaat uit € 14.400 huur plus € 5.000 waardestijging, samen € 19.400. In dit voorbeeld is het forfait gunstiger. Bij een pand zonder waardestijging en lagere huur kan het werkelijk rendement juist veel lager uitvallen. Pas wanneer beide berekeningen klaarliggen, kun je een onderbouwde keuze maken.

Wat je vóór de aangifteperiode op orde moet hebben

De aangifteperiode 2027 loopt vanaf 1 maart 2028. Wie pas in februari begint, ontdekt vaak ontbrekende stukken. Drie controlemomenten houden je in tempo.

1. Eind december — afsluitcheck
Controleer of alle huren over het jaar zijn verwerkt en of de jaartotalen per pand kloppen met de bankontvangsten. Een uur werk in december voorkomt drie uur zoekwerk in februari.

2. Eind januari — WOZ-waarden ophalen
De gemeente verstuurt nieuwe WOZ-beschikkingen meestal in februari. Plan een vast moment om deze waarden in huuradministratie software vast te leggen, voor zowel begin- als eindwaarde van het jaar.

3. Half februari — concept-rekensom maken
Maak een eerste vergelijking tussen forfaitair en werkelijk rendement. Hieruit volgt of de Opgaaf Werkelijk Rendement zinvol is en welke onderbouwing nog ontbreekt.

Wanneer een fiscalist meerwaarde heeft

De rekensom tussen forfait en werkelijk rendement is voor één pand vaak nog overzichtelijk. Bij meerdere panden, gemengde financieringen of bijzondere situaties zoals verhuur aan familie wordt het complexer. Box 3 is bovendien fiscaal in beweging — wat in 2027 geldt, kan in 2028 anders zijn met het nieuwe stelsel. Voor verhuurders met meer dan twee panden is overleg met een fiscalist meestal verstandig. Dit blog geeft geen fiscaal advies; het beschrijft welke administratie je nodig hebt om dat advies waardevol te laten zijn.

Conclusie

Een belastingaangifte voor verhuurders is in 2027 geen formaliteit meer maar een rekensom met meerdere uitkomsten — bovendien het laatste jaar onder de overbruggingsregeling. Wie huurinkomsten op kasbasis, WOZ-waarden, rente en kosten per pand bijhoudt, kan in maart 2028 binnen een werkdag bepalen welke methode het voordeligst is. Wie dat niet heeft, reconstrueert in tijdsdruk en kiest noodgedwongen voor het forfait. Huuradministratie software die transacties, peildata en kosten per pand bijhoudt, betaalt zich elk jaar direct uit.